Muis
Hoe ik eindelijk werd bevrijd van mijn bindingsangst.
De kinderen waren al dagen geobsedeerd met de diervriendelijke muizenvallen die we door de keuken hadden verspreid. Elke ochtend was het eerste wat ze zeiden als ze wakker werden: “Muis?” Om vervolgens naar beneden te sprinten. Tot hun grote teleurstelling bleven de vallen leeg.
Je kunt best veel uitleggen aan je kinderen, maar soms blijft hun belevingswereld mijlenver van je af staan. Zoals in het geval van een muis, die bij ons meer irritatie dan opwinding veroorzaakte. Wij werden woedend van het provocatieve rijtje keutels op de snijplank en het geknaag in de muren; de kinderen vonden het wel gezellig. Ze wilden hem op z’n minst zién. Er werd een compromis gesloten: als we een muis zouden vangen, zouden we hem met z’n allen vrijlaten in het nabijgelegen Vliegenbos.
Op de ochtend dat we voor de gemeente zouden gaan trouwen zat er opeens toch een kleine muis in de val. De kinderen konden hun geluk niet op. Ik zag ook een kans: de vrijlating kon een mooi ritueel vormen, vóór het formele ritueel waar de kinderen niet bij zouden zijn. Ik zette het beestje over in een grote houten doos. De gilletjes van de kinderen zorgden ervoor dat ik mijn eigen zenuwen onder controle moest houden. Het lukte. Mijn verloofde deed er nog een kleiner doosje bij: “Zodat-ie zich kan verstoppen.”
Maar al snel bleek dat we het niet zouden halen om én de muis in het bos, én de kinderen bij school en opvang af te zetten, en ook nog op tijd bij het gemeentehuis van Weesp aan te komen. Als we één seconde te laat zouden komen zou ons gratis huwelijk niet doorgaan, zo was ons door de ambtenarij verzekerd. Net zoals er maar vier extra mensen naarbinnen mochten en er in geen geval met rijst gegooid mocht worden, omdat bezemwerk niet tot de taakomschrijving van de BABS behoort. De verpakking van de muizenval sommeerde ons dan juist weer om de muis binnen één uur vrij te laten, om de stress te minimaliseren.
Er zat niets anders op: de muis ging mee naar school, mee naar de opvang, en uiteindelijk mee de trein in.
In de trein moest ik denken aan de Ja Zuster Nee Zuster-klassieker ‘Muis in de supermarkt’, die we vroeger met ons gezin op casettebandje in de auto luisterden en die mijn kinderen nu ook uit hun hoofd kennen. Buiten de heerlijk truttige Annie M.G. Schmidt-rijm “Ze klagen: dat is toch te gek/Er zit een muis op het bacon-spek” was ik altijd gefascineerd door de zin: “‘T is een schande dat dat mag/Keuteltjes in de hagelslag”. Ten eerste natuurlijk omdat muizenkeutels moeilijk van hagelslag te onderscheiden zijn. Maar hoe, vroeg ik mij als kind af, poept een muis in een pak hagelslag? Gebruikte hij de kartonnen schenktuit als een soort wc’tje?
Ik was blij dat ik daar aan kon denken en niet aan de reuzenstap die we over een half uur zouden zetten. Mijn verloofde staarde ook in gedachten verzonken uit het raam. Ik legde mijn oor op de houten doos, maar hoorde niets. Waarschijnlijk had de muis zich in het kleinere doosje verstopt. Ik kon ook niet zeggen dat ik me helemaal kalm voelde.
Hoewel ik mezelf jarenlang naarbuiten had gedwongen om talloze avonturen te beleven, was iets in mij altijd verstopt gebleven. Het idee van stabiliteit vond ik doodeng, maar paradoxaal genoeg was dat juist wat me gevangen hield. De opwinding, de hoge pieken en de diepe dalen en de continue drang naar verandering zorgden ervoor dat ik met niemand iets opbouwde en nooit lang in de spiegel hoefde te kijken.
Daar was ik overheen gekomen, maar het vooruitzicht van een formele verbintenis bracht nog steeds een ijzig gevoel in me naarboven. Dat gold voor ons allebei. Mede dankzij de spanning van onze aanstaande bruiloft waren we al een paar maanden in relatietherapie. In die zin was de muis niet de enige met een hoge hartslag.
Bij het gemeentehuis werden we direct naarbinnen gebonjourd. Toen we elkaar in de monumentale trouwzaal de rechterhand gaven, elkaar in de ogen keken, plechtig ‘ja’ zeiden en elkaar kusten, waren daar toch de tranen. Intussen stond de muizendoos bij onze voeten. Op het bordes gooide mijn moeder een flinke hand rijst naar ons, voordat de buitengewoon ambtenaar haar kon tegenhouden. Mijn broertje schoot zijn confettikanon per ongeluk tegen zijn eigen been af.
Nadat we op een terras geproost hadden met de twee families die nu een beetje één waren, zei ik plechtig: “We gaan de muis vrijlaten.” Bij de gracht vonden we een mooi plekje in het gras, waar ik de doos voorzichtig openschoof. Er gebeurde niets. Zou een muis met acuut hartfalen een slecht voorteken zijn voor ons huwelijk? Ik dacht aan de kinderen, die niets liever wilden dan nóg meer leven in ons huis. Ik dacht aan mijn studio-apartement, waar ik bijna aan mijn depressie onderdoor was gegaan.
Maar toen ik het kleinere doosje uitschudde, kwam er toch een schattig snuffelend muisje tevoorschijn. “Ahhhhh,” zeiden de families. De muis maakte echter van dit moment gebruik door direct een gigantische sprong richting de vrijheid te wagen — recht het water van de gracht in. “OOOOOOH NEEE!!!” gilde iedereen.
Tot ieders verrassing bleek de muis te kunnen zwemmen. Hij trappelde paniekerig een paar keer in het rond, zijn kleine muizenkop stak net boven het water uit. Tenslotte klom hij op het blad van een waterlelie om daar even bij te komen. Aan de kant overlegden we koortsachtig: hoe zou de muis ooit nog uit de gracht komen? De randen waren veel te hoog. Ook onder de anderen begon er een soort bijgeloof toe te slaan: dit mocht niet het begin van ons huwelijk inluiden.
De muis begon weer te trappelen. Toen hij in de buurt van de kant zwom, gebruikte mijn schoonvader de doos om hem liggend op zijn buik behendig uit het water te scheppen, terwijl mijn vader zijn voeten vasthield. De muis schudde zich even uit en schoot ervandoor in de richting van de huizen, een nieuw Weesps bestaan tegemoet.
Ik kon niet stoppen met lachen. Uit opluchting, en uit puur geluk. “Ik begrijp de symboliek geloof ik niet helemaal,” zei mijn schoonmoeder aarzelend terwijl we wegliepen. “Ben jij de muis? Is de muis jullie huwelijk? Gaat het nou om bevrijding of juist om acceptatie?” Op de achtergrond stond een medewerker van het gemeentehuis mopperend de rijst en confetti van het bordes te vegen. Mijn schoonmoeder had gelijk. Het sloeg nergens op. Het was perfect.
20 mei 2022

