Non è possibile!
De strijd tegen chaos.
Op mijn zeventiende ging ik voor het eerst zonder mijn ouders op vakantie. Ik overtuigde drie vrienden om een Interrail-ticket te kopen waarmee we onbeperkt door Frankrijk en Italië konden reizen en daar gingen we, zonder enig idee waar we mee bezig waren.
In Rome belandden we in een goedkoop hotel vlakbij treinstation Termini, dat gerund werd door een oudere Italiaanse vrouw. Je kent het type wel: gezet, sterke schouders, een ferme trek rond de mond, maar wel altijd nog gekleed in jurken. Ze was niet blij met ons als gasten.
Op de eerste dag liet ik de douche al overstromen. Dat loste ik op door álle handdoeken en de douchemat te gebruiken om de vloer te drogen, om uiteindelijk de zeiknatte stapel textiel in het bidet — dat wij steevast ‘de billenwasser’ noemden — te deponeren.
De volgende dag lag ik grieperig op bed. Destijds werd ik vaak ziek op vakantie, vanwege alle spanning die ik vasthield in het dagelijks leven, hoewel ik dat toen nog niet doorhad. Die ochtend hadden twee van mijn vrienden netjes hun was gedaan in de wasbak. Vervolgens hadden ze twee waslijnen door de kamer gespannen, waar nu hun kleren aan te drogen hingen. Ook aan de bedrand, het open raam en de hoek van een schilderijtje hingen natte boxershorts en sokken.
Ik was me net aan het klaarmaken om toch met mijn snothoofd naar Piazza del Popolo te vertrekken, waar ik mijn vrienden zou ontmoeten, toen plots de deur van de kamer openging. Daar stond onze hospita, met een geschokte blik in haar ogen. Ik besefte dat ze naar het wasgoed stond te kijken, dat overal door de kamer hing, wat ik zelf wel een gezellig beeld vond. De vrouw trok echter een intens verdrietig gezicht en jammerde luidkeels: “No! No! Non è possibile!”
Dit kon écht niet, liet ze duidelijk weten. Ze vervolgde haar geweeklaag terwijl ze met een ruk de gordijnen open schoof en zuchtend en steunend de was op haar arm begon te verzamelen. “Non è possibile, non è possibile!” herhaalde ze hoofdschuddend, vechtend tegen de tranen. Ik keek het even aan vanaf de rand van het bed, besloot toen dat ik hier niets had in te brengen, en verliet vervolgens zwijgend de kamer, om de hospita en haar treurzang voorgoed achter me te laten.
Het ironische is dat ik nu, drieëntwintig jaar later, regelmatig zélf zo een kamer binnen kom stormen. “Dat kán toch niet jongens, deze zooi!” roep ik nadat ik boven de was heb opgevouwen, om vervolgens in de woonkamer een ravage aan te treffen. “Ooooooh deze rommel, ik word er gék van! Hoe kunnen jullie zo leven! Oooooh!” huil ik als ik de slaapkamer van de kinderen binnenkom na een playdate. Non è possibile, wil ik uitschreeuwen, de handen naar de hemel gericht. Non è possibile bambini, non è possibile!
Kinderen verlangen naar chaos, volwassenen verlangen naar orde, zo kun je het generatieconflict wel ongeveer samenvatten. Kinderen zijn nog vol in ontwikkeling en flexibel, ze willen spelen en uitproberen en shit opfokken. Wij volwassenen kunnen dat niet meer aan. Met onze verouderde hersenen kost het ons al steeds meer moeite om grip op de buitenwereld te houden, laat staan dat we het kunnen verdragen als de tafel — ónze tafel — bezaaid is met potloden, strips, lego en ondefinieerbare stukjes eten die ook best snot of kak zouden kunnen zijn.
We verlangen naar stilte. Een opgemaakt bed. Een strakke keuken. Seks is lekker, maar onderweg in de auto op Google Maps een route accepteren die zeven minuten sneller is? Een onbeschrijfelijk bevredigend gevoel.
Volwassenen zijn, boven alles, beperkte mensen. Gelukkig heeft God één onderdeel van het ouderschap goed gefikst: kinderen slapen langer dan hun ouders. Halleluja. Geniaal. Als dat niet zo was geweest, zou het aantal kindermoorden allang exponentieel zijn toegenomen. Andere clashes zijn helaas onvermijdelijk.
De rommel doet mijn kinderen niets. Ze banjeren vrolijk door de zee van chaos heen, of gebruiken het om er een parcours mee te bouwen. Het is jaloersmakend. En precies de bedoeling natuurlijk. Want of ze nou natte was, hun schoolspullen, lawaai, boterhamkorsten of de inhoud van onze boekenkast gebruiken om hun territorium te claimen: ze nemen de boel over. Ik kan jammeren wat ik wil, maar uiteindelijk zal ik uit de fucking weg moeten gaan. Non è possibile papà? Sì, certo, certo che è possibile!
Hoppakee. Een stukje. Eenmalig doneren kan via deze Open Tikkie: https://tikkie.me/pay/smdqigsatuphj8bmjuf7. Je kunt me ook steunen door betaald abonnee te worden, met alle extra’s van dien. Of je blijft gewoon lekker gratis lezen. Dat kan ook. X


